In padel speel je bijna elke slag met één grip: de continentale grip, ook wel hamergrip genoemd. De bal komt snel en kaatst vaak terug van het glas, dus is er geen tijd om van grip te wisselen. Leer je hem vroeg goed aan, dan speel je zekerder en spaar je je arm.
Zo vind je de continentale grip
1Doe de polsband om je pols. Die is verplicht in padel en beschermt andere spelers als het racket uit je hand glipt.
2Houd het racket met het blad verticaal ten opzichte van de grond, alsof je een hamer vasthoudt.
3Pak het handvat zo vast dat de V tussen duim en wijsvinger op de bovenste linkerrand ligt (rechtshandig).
4Houd het los vast: op een schaal van 1 tot 10 is een 4 genoeg. Knijp pas aan op het moment van raken.
Waarom één grip voor alles genoeg is
Met de continentale grip staat het blad bij forehand en backhand licht open. Dat is in padel juist de bedoeling: de bal krijgt wat backspin, blijft laag en stuit na het glas minder hoog op.
Ook de volley, bandeja en víbora speel je met deze grip. Alleen voor een harde smash draaien sommige spelers hun hand nog iets verder.
Veelgemaakte fouten
Een forehandgrip uit het tennis gebruiken (eastern of western): het blad gaat te veel dicht en de ballen belanden in het net.
Te stevig vastpakken: je arm verkrampt, je verliest gevoel voor de bal en je elleboog en pols krijgen het zwaar te verduren.
Je hand naar de hals van het racket laten schuiven: je verliest hefboom en controle.
Oefening: Gripcheck tegen de muur
Ga 2 meter voor een muur staan.
Sla de bal tegen de muur, afwisselend forehand en backhand, zonder van grip te wisselen.
Controleer na elke 10 slagen of de V nog op de rand ligt.
Veelgestelde vragen
Moet ik de polsband echt dragen?
Ja. De regels schrijven voor dat de band om je pols zit. Zo kan het racket niet wegvliegen.
Hoe dik moet de grip zijn?
Zo dik dat je middelvinger en ringvinger je handpalm net niet raken. Een extra overgrip maakt het handvat dikker en dempt een beetje.