In het kort
Je wint de punten die anderen verliezen. Je haalt ballen die al weg leken, gebruikt de lob als wapen en dwingt tegenstanders hetzelfde punt drie keer te winnen. Tegen ongeduldige koppels maakt dat je ontzettend lastig.
Spelerstype
Je wint met geduld, de lob en loopwerk.
Je wint de punten die anderen verliezen. Je haalt ballen die al weg leken, gebruikt de lob als wapen en dwingt tegenstanders hetzelfde punt drie keer te winnen. Tegen ongeduldige koppels maakt dat je ontzettend lastig.
Goed met een aanvaller die de ballen verzilvert die jij terughaalt. Twee counterspelers halen bijna alles terug, maar winnen zelden actief een punt, en verliezen van koppels die vol voor het net kiezen.
Beide kanten werken. Links heb je een afmaker vanuit de verdediging nodig; rechts betaalt je constantheid zich directer uit.
Een ronde vorm met greepzware balans. Daardoor is het racket makkelijker te zwaaien als je laat bij de bal bent, en vergeeft het raakpunten buiten het midden. Een zachte kern geeft extra controle bij de lob, je belangrijkste slag.
Het begint verdedigend, maar het is niet passief. Een goede lob is een aanvallende slag: hij neemt je tegenstanders het net af en draait de rally om zonder dat jij risico neemt.
Rond, greepzwaar, zachte kern. Dat geeft controle en wendbaarheid in de verdediging, precies waar jouw punten vandaan komen.
Maakt punten het liefst zelf af, slaat hard en komt vroeg naar het net.
Plaatst de bal, houdt het aantal fouten laag en creëert de kansen om af te maken.
Wisselt tussen opbouwen, afmaken en geduld, afhankelijk van wat de situatie vraagt.
Welke kant bij je past, wat elke kant vraagt en waarom linkshandigen vaak rechts spelen.